Afgelopen zomer heb ik een artikel moeten schrijven over de herkomst van het woord sprookje. Het joeg me schrik aan, taalkundig onderzoek doen, maar toen ik eenmaal bezig was, ging het eigenlijk uitstekend.
Ik ben erachter gekomen dat ik heel graag onderzoek doe en mijn zaken goed wil onderbouwen. Wat ik ook een prettige bijkomstigheid vind, is dat ik nu onderbouwd kan aangeven dat sprookjes, zoals wij ze kennen, helemaal niet eeuwenoud zijn en dat het warse gevoel dat sommige mensen voelen ten opzichte van de disneyficatie van sprookjes, volkomen onterecht is.

Als verhalenverteller maak ik dankbaar gebruik van de sentimenten die mensen voelen bij de ‘echte’ sprookjes en ik zie ook absoluut de waarde van het vertellen van verhalen, maar het onderzoek heeft mij ook geleerd dat het aanpassen van verhalen en zelfs het verzinnen ervan, een normaal onderdeel is van de vertelcultuur. Dat gegeven zorgt ervoor dat ik een betere verhalenverteller ben geworden. Het biedt enorm veel vrijheid en heeft ervoor gezorgd dat ik de afgelopen weken al twee ‘sagen’ heb verzonnen en verteld.
Het mooiste van dat feit? Mensen die beweren de betreffende sagen als kind te hebben gehoord. Want hoe je het ook wendt of keert, sprookjes en sagen resoneren in ons. Met of zonder disneyficatie, of moet ik zeggen grimmificatie?

Lees mijn artikel hier: Van veldslag tot Sneeuwwitje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Copyright © De Taalzifter 2019 | Mijke Jonkman