Ik wilde zo graag schrijven.

Vanaf het moment dat ik van letters woorden kon maken, heb ik van schrijven gehouden. Ik werd als kind niet belemmerd door onzekerheid of kennis, ik schreef gewoon en was daar tevreden over. Ik schreef gedichtjes, korte verhaaltjes, stukjes voor in een zelfgemaakte krant en zelfs stukjes tekst die je tegenwoordig als fanfictie zou kunnen betitelen. Een boek bleek nog iets te hoog gegrepen, maar ik ben toch tot vierenvijftig getypte velletjes gekomen. Mijn wijsvingers doen nog zeer als ik eraan denk, maar in mijn hoofd dwarrelt ook de herinnering aan het gevoel ondergedompeld te zijn in mijn eigen fantasie. Ik was schrijver en lezer tegelijkertijd.
Ik had geen flauw idee waar het verhaal heen zou gaan en ik stoorde me daar geen moment aan, zoals ik ook niet wist hoe mijn leven er uit zou zien en ik me daar ook niet druk om maakte. Ik schreef, omdat ik wilde schrijven, meer niet.

Als puber liet ik mijn haren voor mijn gezicht vallen, leerde ik mijzelf gitaar spelen en schreef ik liedteksten. Grootse zaken als de liefde, het mens zijn of de dood schuwde ik niet; ik schreef gewoon. Ik was niet bang om fouten te maken, ik maakte me niet druk over wat ‘men’ ervan vond. Als ik me geïnspireerd voelde, pakte ik pen en papier en schreef ik. Ik voelde geen blokkades, geen beperkingen, alleen maar een onophoudelijk gevoel van loslaten. Alsof al mijn gevoel via mijn pen naar buiten vloeide en daar een vaste vorm kreeg, waar ik op een afstandje met genoegen naar kon kijken.

Tegenwoordig heb ik dat gevoel alleen nog maar een beetje bij het schrijven van sinterklaasgedichten. Daar worden weinig eisen aan gesteld; als het maar rijmt en een beetje een leuk verhaaltje bevat is het al snel goed. Bovendien mogen ze knullig en slecht zijn. Niemand verwacht een literair hoogstandje tijdens pakjesavond.
Ik had nooit verwacht dat mijn cognitieve faalangst zijn klauwen zou uitstrekken naar zoiets heerlijks als schrijven. Waar ik ooit blij was met alles wat uit mijn vingers kwam rollen, zo kan ik nu zitten miepen over of ik alinea’s wel goed gebruik en durf ik niets te schrijven waarvan ik de plot nog niet heb verzonnen. Met als gevolg dat ik niet schrijf, want ik vergeet elke keer hoe dat werkt met die alinea’s en plots verzinnen is niet mijn sterkste kant.

Schrijven is meters maken, lees ik overal. Vooral veel doen, veel oefenen. Dus, ik moet achter mijn chromebookje gaan zitten en gewoon maar gaan schrijven? Hoe dan? Ik heb geen plot! Ik raak over de zeik van alinea’s, terwijl ik best weet dat dat futiel is! En wie zit er te wachten op mijn schrijfsels, mijn verhaaltjes, mijn gedichtjes?

Terwijl ik dat laatste zinnetje opschrijf, gonst er onophoudelijk maar één woord in mijn hoofd.

Ik.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Copyright © De Taalzifter 2020 | Mijke Jonkman